dinsdag 24 augustus 2010

RETRO-RETORIEK

Retoriek... Ik dacht altijd dat dat ging over door Romeinen of Grieken gespeelde wedstrijdjes in welsprekendheid, met als doel de ander te overtuigen. En dat daar allerlei spelregels voor golden. En dat om de overtuigingskracht te versterken daarbij allerlei fijnzinnige retorische trucs werden gebruikt. Ik stel me daar een Asterix en Obelix-achtige setting bij voor, met in Romeinse stijl geklede mannen en vrouwen, die in een middelgrote arena aandachtig luisteren naar het frivole maar verbeten gespeelde woordenspel. Op gepaste momenten wordt er geapplaudisseerd. Tot zover de beelden. De keiharde hedendaagse werkelijkheid van de retoriek is een andere.

Bij lezing van het artikel 'Retorische middelen in frames' [Tekstblad 2/3, 2010] valt me op dat de retorische trucs die tegenwoordig worden gebruikt, niet veel om het lijf hebben. Maar goed, misschien hadden ze vroeger ook niet zo heel veel om het lijf. Neem nu een retorisch middel als de drieslag, dat is simpelweg het herhalen van een boodschap. Drie keer nog wel! Een ander retorisch middel is het contrast. Tsja, dat gebruik ik ook geregeld om een punt te maken, zonder dat ik weet dat ik dan van een retorisch middel gebruik maak.

Andere retorische middelen die worden genoemd zijn het positie innemen: dat spreekt voor zich. Ook de grap is er een. Schijnt overigens alleen te werken als er een clou is. En daaraan zou ik willen toevoegen: ik noem geen namen, maar sommige debaters zouden er van af moeten blijven! Dan heb je nog de raadsel-oplossing, de aanhef-afmaker ('Read my lips: no more taxes') en het een beetje cryptisch getitelde vervolgen ('Willen we de crisis te lijf? Ja, we willen de crisis te lijf!'). Ook de heldenrol is er een. In het artikel worden trouwens niet alle middelen genoemd. Zo komen de volgens mij toch erg veel gebruikte middelen overdrijving en de beeldspraak niet voor.

Wat ik echt een stevige afknapper vind is dat blijkbaar ook uitschelden een retorisch middel is. Ik die dacht dat retoriek een fijnzinnig woordenspel was... En wat ik ook jammer vind om te lezen: retorische middelen werken zo goed vanwege hun voorspelbaarheid. Je had het kunnen verwachten - het gaat immers om mensen.

Probleem is dat tegenwoordig deze retorische middelen worden gebruikt om een soundbite met een zeer evidente boodschap op een dusdanige manier op te dienen dat de media er niet omheen kunnen. De media worden feitelijk misbruikt om 'frames' aan de man te brengen. En die frames zijn een stuk makkelijker te onthouden dan zo'n suf genuanceerd verhaal. Het volk houdt niet van nuance maar van simpel en stoer. Dat zijn nog eens statements voor bij de borreltafel! Dan kan zo'n sufjan van een Van Boxtel wel 100 keer in Pauw & Witteman zeggen dat slogans een simplificatie van de werkelijkheid zijn (wat op zichzelf een slogan is).

Zo blijkt maar weer: retoriek heeft niets met verbale wonderen uit te staan, het gaat er eenvoudigweg om of het werkt of niet. En plat werkt beter dan diep. Toch pleit ik voor een terugkeer naar de tijd van weleer, toen er nog inhoudelijk en met een polygoon-dictie werd gedebatteerd. Het is tijd voor een stukje retro-retoriek.

woensdag 18 augustus 2010

Van zenden naar interactie

In de Volkskrant van 15 juni 2010 stond een artikel met als titel 'Bloggen en twitteren voor de baas' van Annette Posthumus. Stelling: bedrijven kunnen hun gebruik van sociale media verbeteren door die meer in te zetten voor interactie en minder om te zenden.

Veel bedrijven weten niet wat ze aanmoeten met sociale media. Vooral directies staan er huiverig tegenover. Zo huiverig dat ze vaak de boot dreigen te missen. Het is om te beginnen goed om te kijken wat er over je wordt geschreven op internet. Daar is VluchtelingenWerk gelukkig al mee bezig. Er is in kaart gebracht waar de discussies worden gevoerd die er toe doen en waar en hoe VluchtelingenWerk wordt genoemd. Ook is van groot belang helder te hebben hoe het zit met het internetgedrag van je doelgroep. Voor onze doelgroep geldt: die is niet heel erg vooruitstrevend.

Je als bedrijf openstellen voor sociale media maakt je niet kwetsbaar. Als het goed is wordt er al lang over en door je gepraat. In dat laatste geval: er zijn collega's die een stuk verder zijn in hun gebruik van sociale media dan het bedrijf zelf. Je moet je er van bewust zijn dat de controle hierover behouden onmogelijk is. En dat is niet erg.

Nog twee dingen:
1. Tip voor vacatures via twitter: kun je via je netwerk ons helpen aan een goede enthousiaste nieuwe collega voor functie x.
2. Het gaat niet om het aantal followers, maar om wat die followers doen! Hoe (inter)actief zijn onze followers eigenlijk? Later meer daarover!

Social media strategie: uitgangspunten

Veel bedrijven zijn bezig met inpassing van sociale media in hun werk. Ook VluchtelingenWerk Nederland heeft daar dit jaar een begin gemaakt. Maar gebruik van onder meer twitter, facebook, linkedin maakt het noodzakelijk dat er afspraken worden vastgelegd en uitgangspunten vastgesteld. Daarom in dit blog een niet volledig overzicht van uitgangspunten en afspraken.

Jeroen Nagtegaal noemt op Molblog vijf uitgangspunten voor een social media strategie: de BEfive. Nadeel van zo'n opsomming is dat niet alle punten even handig te vatten zijn onder een van de vijf termen die niet geheel toevallig met BE begint.
  1. BEwustwording over de volgende punten:
    - Berichten zijn meestal openbaar (of worden dat (op den duur) vanzelf)
    - In korte berichten kan niet het hele genuanceerde verhaal verteld worden
    - Samenhangend met vorige punt: de context is niet altijd duidelijk, mede omdat berichten benaderbaar blijven.
  2. BEeldvorming:
    - Persoon = bedrijf: persoonlijke berichten worden niet los gezien van de organisatie waar iemand deel van uitmaakt
  3. BEdreiging:
    Medewerkers die actief zijn met social media worden bij sommige bedrijven gezien als een bedreiging. Nergens voor nodig! Het is juist een voordeel dat er nieuwe kanalen worden aangeboord om uit te wisselen. Wees je er wel van bewust dat je alleen beantwoordt wat je functioneel en inhoudelijk aan kan en zorg dat signalen en trends - zowel in reacties als in wat er over je gezegd wordt - bij de juiste personen terechtkomen.
  4. BEleefdheid
    Nagtegaal heeft een goede tip: geen protocollen opstellen, maar gewoon doen zoals je bij 'normale' contacten ook doet.
  5. BEleving
    Deelname aan social media meot wel leuk blijven! Verplicht collega's niet, maak ze lekker en sluit aan bij wat zij goed kunnen en wat ze leuk vinden. Dat biedt de grootste kans om veel mensen mee te krijgen.
NOS en sociale media
Nagtegaal noemt in zijn blogde beleidsnotitie van de NOS: NOS en twitter. Wat staat daar aan interessants in?

In e eerste plaats: het gaat natuurlijk niet alleen om twitter, maar om alle toepassingen van "real time web".
- Succesfactoren: altijd en overal beschikbaar, sociale interactie, persoonlijk, tijdgebonden informatie.
- Probleem: vooral bij breaking news gaat het op twitter echt alle kanten op. Wat is waar? Wat is nieuw(s)? Wat is wél interessant? Steek uw journalistieke voelsprieten vooral ver uit!

In de notitie wordt onderscheid gemaakt naar verschillende soorten accounts:
  1. Privé-personen
  2. BN-er [voor ons interessant: directeur of ambassadeur laten twitteren over zijn bevindingen]
  3. Officiële NOS
Het stuk is sterk toegespitst op de situatie bij en rol van de NOS en heeft weinig toegevoegde waarde bovenop de vijf BE's.

CNV en sociale media
Een ander document waaraan Nagtegaal refereert is de Gedragscode social media van de CNV.
De gedragscode van de CNV is voor ons zonder al te veel aanpassing prima te gebruiken. De BEfive komen er in terug en zijn nader uitgewerkt. Bijvoorbeeld aandacht voor beeld-, auteurs- en citaatrecht kan belangrijk zijn. Er zijn regionale afdelingen die volledige krantenartikelen op hun website overnemen. Dat kan een hoop geld kosten!