woensdag 28 oktober 2009

TEKEN HET MAAR

Tips voor het maken van (geo)grafische weergaven, bijvoorbeeld voor publicaties. Kaartjes, pijlen, staven, wat niet al. Helaas heb ik het bij geografie alleen geleerd met tekenpennen en plakrasters. Nu ook op de kompjoeter! En dat in open source.

dinsdag 29 september 2009

Maak je eigen zoekmachine - Ewoud Sanders

Ewoud Sanders schrijft in IP 2009/10 over de manier waarop hij de door hem gebruikte informatie (m.n. taalhistorisch) heeft ontsloten op zijn PC. Zijn advies: "Leg gebruikmakend van openbare bronnen, op je eigen PC een digitale materiaalverzameling aan".

Hoe doe je dat?
Hier het evrslag van de lezing van Sanders waarin hij de stappen beschrijft, aangevuld met toevoegingen uit IP artikel [bron: http://tinyurl.com/ykoc7ze].

Ewoud Sanders maakt een eigen digitale bibliotheek in 7 stappen
Op 1 september organiseerde de opleiding Nederlands van de Universiteit Leiden een lezing door Ewoud Sanders getiteld: De reïncarnatie van het boek, in zeven stappen een eigen bibliotheek. Roos Goverde, Cora Pieffers en Simone Kortekaas waren er bij en maakten het volgende verslag.

Ewoud Sanders (bekend van vooral zijn column in het NRC over etymologie en aanverwante zaken) betoogt dat het voor taal- en letterkundigen en historici grote voordelen heeft om een eigen digitale bibliotheek te hebben, en dat het helemaal niet zo moeilijk is om zo’n digitale bibliotheek op je eigen pc aan te bouwen. Met relatief kleine investeringen zouden onderzoekers de kwaliteit van hun onderzoek enorm kunnen verbeteren. Hoe? Ewoud Sanders legt het, gelardeerd met veel voorbeelden van de voordelen, uit in zeven stappen:

Stap 1
Koop twee softwareprogramma’s, namelijk een professioneel indexeringsprogramma en een programma waarmee je pdf’s kunt maken en OCR-en .

Stap 2
Ga oogsten. Op internet (Digitale Bibliotheek Nederlandse Letterkunde (www.dbnl.org ), Google Books, Bibliografie van de Nederlandse Taal- en Literatuurwetenschap, Picarta, webpagina’s, etc), kijk wat op CD of DVD verschenen is, vraag pdf’s op bij uitgevers of andere bronnen.

Stap 3
Hernoem de documenten zodat je ze goed kunt sorteren (jaartal vooraan, soort publicatie of thema).

Stap 4
Maak thematische mappen.

Stap 5
Maak indexen aan, op het moederbestand of op (wisselende) deelselecties. Aanbevolen indexeringsprogramma (€120 per jaar): Isys Personal Edition [www.isys-search.com]. Daarmee kun je 200 bestandformaten doorzoeken (ook mail), zowel Boleaans als met * (fuzzy). Een x vervangt een willekeurig woord.

Stap 6
Voeg zo nodig handmatig metadata toe, die bruikbaar is voor je (toekomstig) onderzoek.

Stap 7
Ga zelf scannen. Koop een professionele scanner, snijdt de rug van je boeken en scan wat je aan handboekerij in de kast had staan.

De digitale bibliotheek die je op deze wijze opbouwt bevat al snel veel meer tekst en woorden dan je op andere wijze bij elkaar kunt vergaren. Groot voordeel is dat je je bronnen kunt afperken en dat je voor je onderzoek flexibel deelsets van bronnen kunt maken, nieuwe bronnen toevoegen, beperken op een bepaalde periode etc. Je bepaalt zelf welke indexen je voor je onderzoek nodig hebt en indexeren van je bestand kost steeds maar een paar minuten.

Bij de lezing verscheen een mooi boekje waarin alles nog eens uitgelegd wordt, met veel voorbeelden, plaatjes en een CD met daarop een handleiding plus een deel van de taalkundige digitale bibliotheek die Ewoud Sanders zelf heeft opgebouwd (51 miljoen woorden). Dit boekje is aardig voor onze Utrechtse historici en taal- en letterkundigen en zal daarom worden afgeleverd bij de collega’s van de UBB voor mogelijke opname in de collectie van Geesteswetenschappen.
Wat wij hier van leren als bibliotheekmedewerkers? Het is goed om te weten dat onderzoekers hun bronnenmateriaal graag ook zelf verzamelen en wat zij er dan zoal mee doen. En om die onderzoekers te faciliteren moeten we vooral doorgaan met het digitaal aanleveren van materiaal en ons nationaal en internationaal hard maken voor open access van alles wat digitaal beschikbaar is.

dinsdag 22 september 2009

23dingen: Bibliotheek en web 2.0

Na 23 dingen is er nu ook Spoetnik: er zijn nog maar 17 over. Wat is het? Een online leertraject web 2.0

Wordt veel over geschreven, o.m.

http://bibliotheek20.ning.com/
http://www.no33.nl/archief/blog01/


Check de blogs!

Wat zegt IP 10/2008?

- werk aan upgraden personeel
- niet iedereen is meteen enthousiast: laat het web 2.0 virus zich verspreiden via de best users
- teambuilding: feedback leveren en samen ergens aan werken wordt makkelijker
- maak het iets gemeenschappelijks
- ook altijd toepassing in dagelijkse praktijk (niet alleen professioneel gebruik)

image

woensdag 9 september 2009

Kanaalkeuze: info via web of toch maar bellen?

Willem Pieterson heeft onderzoek gedaan naar de 'kanaalkeuze' van Nederlandse burgers hun gewenste overheidsinformatie te verkrijgen. Centrale vraag:

Wat beweegt burgers om een bepaald kanaal te gebruiken en welke factoren bepalen die kanaalkeuze?

Uitkomsten:
  • traditionele dienstverleningskanalen blijven populair, dit ondanks inzet overheid om aanbod via nieuwe kanalen te doen.

    Oorzaken:
    - websites (nog) niet goed georganiseerd
    - website niet geschikt als vorm voor specifiek info-aanbod
    - oude gewoonten inzake gebruik 'oude' kanalen veranderen langzaam. Dit wordt versterkt doordat websites te vaak veranderen om tot nieuwe gewoonte uit te groeien. Dus: verander je website niet te vaak!
  • Vier factoren bepalen kanaalkeuzestrategie:
  1. Vraagstuk: hoe ingewikkeld en helder?
  2. Kanaal. NB: websites niet geschikt om onzekerheid achter vraag te reduceren (helpdesk wel); waar vind ik de info op een website?; kon die vraag worden beantwoord via internet dan?
  3. Persoonlijk eigenschappen: o.m. opleiding en leeftijd bepalen digitale vaardigheden. Goede zoekvraag en zoektermen definiëren is moeilijk.
  4. Situationele context: afstand, tijd, emotie

Conclusies:
Gedrag achter kanaalkeuze is complex en grillig. Gewoontes en inspanningsminimalisering zijn belangrijke gedragsfactoren. Alleen met kanaalsturing, afleren gewoontes en heldere communicatie over mogelijkheden internet bieden soelaas. NB: Open deur, maar er met worden geleverd wat de burger/gebruiker wil: vraaggestuurd.

Websites zijn vooral geschikt voor relatief simpele en vaakgebruikte diensten. Wordt het moeilijker, gebruik dan de helpdesk.

Bezie de afzonderlijke kanalen in hun samenhang! Welke vraag vang je waarmee af?

Wat kunnen wij hier mee?
- Introducties VluchtWeb meer basic en overige vragen afvangen door Helpdesk
- Meer communicatie over VluchtWeb: gebruik, zoeken, welke vragen worden beantwoord?
- Verander niet te vaak!
- Meer?

Meer info
Nederlandse samenvatting

Pieterson, W (2009), Channel Choice; CitizensChannel Behavior and Public Service Channel Strategy

Artikel IP 09/2009: Website, balie, telefoon of toch schriftelijk?

Hoe bewaar ik mijn blog?

British Library is in samenwerking met de University of London bezig met de ontwikkeling van software om het mogelijk te maken blogs te archiveren. Hoe ze dat doen? Zie ArchivePress.

vrijdag 14 augustus 2009

Informatievoorziening bij SOA Aids Nederland

Mijn collega Wilma Klaassen en ik hebben het idee om langs te gaan bij SOA Aids Nederland (SAN). Wilma heeft al met een van hun informatiespecialisten gesproken. Onze interesse werd nog eens aangewakkerd door en artikel in IP 2008/5: Informatie bindt de organisatie. SAN lijkt wel wat op VluchtelingenWerk: ook deels donateursorganisatie; ook voorlichtings-, draagvlak- en lobbyfunctie.

Mary Hommes en Baukje de Vries zijn documentair informatiespecialist en al lange tijd werkzaam bij SAN.

SOA Aids NL is een door de overheid gefinancierd expertisecentrum, Aids fonds en Stop aids now zijn gericht op fondsenwerving.

Enige punten die mij opvallen;
- intranet als cement van de organisatie. Biedt kans tot profilering collega's (waar ben je mee bezig), iedereen kan berichten plaatsen. Intranet is bedoeld voor interactie en heeft geen archieffunctie. Samenstellen van kennisdossiers staat op een laag pitje vanwege de grote tijdsinvestering.
- kennisdelen op niet-geïnstitutionaliseerde wijze: wekelijkse newsbreak, tweewekelijks themauur en late breaker (luchtige onderwerpen) en themalunches.
- gebruik kenniskaarten
- heel veel publieksvragen: 2500. Goede afhandeling hiervan is goed voor het imago en heeft op langere termijn mogelijk toegevoegde waarde (donateurs).
- attendering (pro-actief), ze gebruiken ANP knipseldienst en een tracker.
- 12 websites!

Punten uit werkbezoek 13 oktober 2009

Naar aanleiding van artikel in IP zijn Wilma en ik op bezoek geweest bij SOA Aids Fonds. De volgende onderwerpen kwamen daarbij aan bod:

BEP intranet
- vormt de basis van de informatievoorziening
- met nieuwsberichten uit ANP knipseldienst
- achterliggend programma is Site Feeling
- ook mogelijkheid 'geeltjes' te plaatsen: kamer gezocht etc.
- documentatie: what's new?
- Visueel aantrekkelijk/persoonlijk: iedereen heeft foto in de bak die bij het artikel van die persoon wordt geplaatst.
De webredactie komt eens per 2 weken bijeen (kort!): wat er op, wat er af?

Cardbox 3.0
-als applicatie en online, dus voor iedereen toegankelijk
-google-achtige zoekfunctieWat is er in te vinden?
-URL verwijzingen naar pdf-docs-circulatiebriefjes + bewaartermijnen
-ook artikelen
-IBL
-ook aandachtsgebieden medewerkers

Trackers
-copernic
-op woord zoeken zoveel keer per tijd, mail-alerts

FUll moonwebsite zelfde CMS als AI
newsbreak 1 x per 2 weken half uur

Ben ik al professional 2.0?

Professional 2.0 - op weg naar zelfkennismanagement

Door: Bart van der Meij
Uit: IK 2008/3

Artikel is erg op het bedrijfsleven gericht, maar is wel het nodige uit te halen voor softe sokken als ik. En de hamvraag is: hoe professional 2.0 ben ik nu eigenlijk?

Dan Pink onderscheidt drie trends die van invloed zijn op het functioneren van werkenden:
1. verdieping en zingeving
2. globalisering arbeid (onder meer: offshoring kennisarbeid). Zelfs creatieve deel wordt door Nederland uitbesteed aan lagelonenlanden. Gevolg: minder innovatie.
3. genetwerkte economie: internet maakt peer-to-peernetweken mogelijk. Consumenten zijn gelijktijdig oook producenten (Wikipedia).

Andere trend is de individualisering van arbeid: je werkt in en niet voor een bedrijf. gevolg: bedrijven investeren meer in het verder ontwikkelen van talent.

Al deze ontwikkelingen leiden tot vraag naar nieuwe kenniswerkers: de professional 2.0, die inziet dat kennisdeling zijn enige manier is om te overleven. Twee voornaamste kenmerken:

I. Personal branding (Het Merk Ik)

Hoe geef je dit vorm? Volgens Sanne Roemen:
A. Creëer je toegevoegde waarde:
•Focus
•Waardeketen klant
•Benoem jezelf tot... (max.3)
•Bewijzen
B. Communiceer persoonlijke meerwaarde:
•Gebruik je eigen naam
•Blog, post en reageer
•Verspreid je kennis
•Wees vindbaar
•Walk your talk!
Bron

Ben ik al een Merk Ik? Op gebied van KM in ieder geval niet. Misschien dat dit blog de boel versnelt. En dan moet ik nog heel veel gaan bloggen, reageren, posten... Om nog maar te zwijgen over de te kiezen focus.

II. Persoonlijk kennismanagement (PKM)
PKM kent verschillende definities.
Onderzoekers van Millikin University onderscheiden zeven informatievaardigheden voor PKM:
1. Verzamelen van informatie, waarbij het niet alleen gaat om het kunnen zoeken in bronnen, maar ook over experimenteren en mondelinge gesprekken.
2. Evalueren van informatie, eventueel met gebruik van elektronische hulpmiddelen (‘relevance raters’).
3. Organiseren van informatie (GTD, databases, etc.).
4. Samenwerken rond informatie, waarbij vanuit respect en tolerantie voor andere professionele meningen tot nieuwe inzichten kan worden gekomen.
5. Analyseren van informatie, waarbij betekenis aan data wordt toegekend.
6. Presenteren van informatie, vanuit begrip van het publiek, maar ook voor het doel van de presentatie.
7. Informatie beveiligen, zodat vertrouwelijkheid, integriteit en het voortbestaan wordt gewaarborgd. In diverse weblogs wordt aan bovenstaande vaardigheden als laatste ‘dialoog’ toegevoegd, waarin de communities worden uitgenodigd kennis aan de gepubliceerde informatie toe te voegen. Overigens wordt in het opkomende thema ‘lifehacking’ veel aandacht besteed aan vaardigheden en hulpmiddelen om PKM mee te ondersteunen.
8. Blijven leren

Ach ja, ik denk dat ik met kleine stapjes de 'goede' kant op ga.

Moet je nou echt geen leven hebben om professional 2.0 te worden? Daar lijkt het toch stiekem wel op. Ach ja, het is vast simpelweg een kwestie van wennen...

Staat de Wiki al in uw bedrijf?

Artikel van Edo Immink in IP 2008/01. Vrij algemeen, maar wel paar aardige noties.

Voor je een Wiki start moet nagedacht zijn over:
- eigenaarschap: wie bepaalt welke kant Wiki op gaat, neemt beslissingen over inrichting en besturing, is verantwoordelijk voor beheersorganisatie?
- ondersteuning van bestaande processen en samenwerking
- onderhoud van content. Noodzakelijk: moderators die content beoordelen en verbindingen aanbrengen met andere informatie van de Wiki. Ook: procesbewaking.
- doelen
- ondersteuning midden/hoger management
- benoemen: wanneer is Wiki succesvol? Waardevol?

Valkuil:
- Wiki moet geen extra bron van informatie worden naast al bestaande systemen. Daarom is substitutie van systemen noodzakelijk. Daarvoor is weer draagvlak nodig vanuit alle lagen.

Medewerkers zijn bij Wiki de bron van informatie. Zij moeten adequaat worden ingewerkt op het gebruik van de Wiki. Ook in latere fase zijn communicatie en informatievoorziening van groot belang.

Knowledge cafés

Minder slides, meer gesprekken

Interview met David Gurteen [www.gurteen.com]; Karolien Selhorst, IP 2008/5

Basisidee van de knowledge cafés: voeren van face to face gesprekken. Wat je er uiteindelijk uit haalt, ligt aan jezelf. Wat je er mee doet, ook.

Populairste gespreksonderwerpen van de KC's zijn: wegnemen barrieres in een organisatie om te komen tot kennisdelen: hoe?

Belangrijkste barrieres:
- persoonlijk, ook vaak ingegeven door (bedrijfs)cultuur
- kennis is macht

en valkuilen:
- onduidelijkheid wat je er mee wil bereiken
- geen steun van mensen met wie je samenwerkt (management)

Tips:
- zorg voor steun van collega's én management
- laat zien welk voordeel zij hebben bij KM

NB: mensen moeten zelf de meerwaarde van kennisdeling inzien, afdwingen gaat niet.


Leuk:
David Weinberger ziet de kenniswerker als iemand wiens werk er uit bestaat om interessante gesprekken te voeren.